‘Het is heel simpel, ik zat niet in de wedstrijd en kwam er ook geen moment in. Waar dat aan lag? Aan mezelf, nee ik ga niet de bal of het veld of de hoogte de schuld geven. Ik vind dat gezeur over de bal sowieso maar slappe excuses. Mijn aannames waren gewoon niet goed. Vroeger op straat speelden we met veel verschillende ballen, soms een drietje, dan weer een vijfje, de ene bal was hard, de andere niet. Toen klaagden we toch ook niet, dan moeten we het nu ook niet doen. Je hebt wel eens vaker dat je niet lekker in de wedstrijd zit, maar met een lekkere pass en een goede aanname verdwijnt dat. Helaas is dat niet gebeurd. Gisteren heb ik voor mijn gevoel echt mijn ondergrens bereikt. Jullie leggen mij druk op, maar dat doe ik zelf ook. Ik verwacht gewoon veel meer van mezelf. Ik klaag daarom ook niet over mijn wissel. Als je ondermaats presteert, is het niet vreemd dat je eruit moet. Ook de wisselwerking tussen Rafael, Wesley en mij liep niet lekker. Ik ging soms geforceerd de diepte zoeken, alleen maar om ook een keer diep te gaan, maar dat hielp dus niet.’
Over zijn bijna tweede gele kaart.
‘Ik zal heel eerlijk zijn. Ik hoorde wel een fluitje, maar wist niet of het de scheidsrechter was die floot. Het is me een keer eerder overkomen dat ik stopte en toen bleek een grappenmaker in het publiek te hebben gefloten. Sindsdien neem ik geen enkel risico meer.’
Over de Vuvuzela:
‘Iedereen maakt zich er zo druk om. Ik doe dat niet. Ik vind het wel geinig. We zitten nu eenmaal in Afrika. Ik vind dat je die dingen moet respecteren en ervan moet genieten. Dit is cultuur in Zuid Afrika. Wij moeten niet proberen onze Westerse normen op te leggen.’
Barbara Barend
Volg Barbara op Twitter

























