Grappig om te constateren dat we in Nederland eindelijk onbevangen kunnen kijken naar Duitsland en Duitse elftallen. Bij mij is het begonnen sinds Youri Mulder me introduceerde bij Schalke ’04. En daarna riep ik wel eens na een bezoek aan Bayern München: ze geven je niet eens de kans om een hekel aan ze te hebben, zo gastvrij en prettig word je altijd ontvangen. Barbara kan dat bevestigen na een interview met Roy Makaay in München. Tijdens het WK van 2006 in Duitsland bewerkte de sympathieke, informele, beschaafde Jurgen Klinsmann als coach van het Duitse elftal de definitieve metamorfose. Duitsland speelde on-Duits, zelfs avontuurlijk. Zo kenden we het Duitse elftal niet. Om van de uitstraling van Klinsmann nog maar te zwijgen. Hij heeft niets van we wat we in onze vooroordelen (soms ook wel terecht hoor) typisch Duits noemen. Toen hij coach van Bayern werd, raakte ik ook de afkeer van de grootste Duitse club kwijt, sterker, ik keek/kijk graag naar Bayern, zelfs nu ze een coach hebben die zich soms weer wel erg ‘Duits’ gedraagt. Duitsland maakte in zijn eerste wedstrijd tijdens het WK, tegen Australië, meteen al een verrassend frisse indruk. En gisteren tegen Engeland werd dat beeld bevestigd, Duitsland durft te voetballen. En ook de coach, Joachim Low, destijds assistent van Klinsmann, geeft ons de kans met genoegen naar Duitsland te kijken. Zodat we gisteren ‘objectief’ keken naar Duitsland-Engeland en objectief konden oordelen dat Duitsland verdiend won, overigens wel met hulp van een dramatisch arbitraal trio. En er vrede mee hebben.
Frits Barend
Volg Frits op Twitter













































































